
Ferrari Dino 246 GT Rood MCG 1:18

Specificaties
- Automerk
- Ferrari
- Modelfabrikant
- MCG
- Schaal
- 1:18
- Materiaal
- Metaal
- Modelstaat
- Nieuw Model
- SKU
- MCG18359
- Bouwjaar
- 1969
- Tijdperk
- 1960s
- Carrosserietype
- Coupé
- Voertuigklasse
- Klassieke Sport
- Open delen
- Nee
- Staat van de verpakking
- Nieuw
- Modeltype
- Straatmodellen
- EAN / GTIN
- 4052176779132
Modelauto Ferrari Dino 246 GT Rood MCG 1:18 in detail
TL;DR: MCG's 1:18 Ferrari Dino 246 GT in rood reproduceert de 1969 middenmotor-coupé als gesloten zink-gietwerk carrosserie. Ondanks het ontbreken van een Ferrari-badge droeg de Dino vaak deze klassieke tint. Zonder scharnierende panelen blijven de lijnen strak, en het rood benadrukt de Pininfarina-vormgeving op elke hoek.
De Dino 246 GT bracht Ferrari's mid-motorlayout naar de openbare weg, jaren voordat de Boxer die aanpak overnam voor de eigen twaalfcilinder-modellen. Pininfarina tekende de lijnen, Scaglietti bouwde de carrosserie, en de transversale V6 zat achter de cockpit. MCG reproduceert die coupé in rood, de kleur die de meeste mensen bij Ferrari associëren, ook al droeg deze auto destijds geen paardenbadge.
De Dino 246 GT: Maranello's eerste middenmotor-roadauto
Van circuit-layout naar wegauto
De 246 GT volgde in 1969 op de kortlevende Dino 206 GT en bracht een layout naar de weg die Ferrari tot dan toe vooral op het circuit had verkend: een transversaal geplaatste V6, midden in de carrosserie achter de cockpit, ontwikkeld in samenwerking met Fiat. Die opstelling liep jaren vooruit op de Berlinetta Boxer, die de twaalfcilinder-modellen pas later naar dezelfde indeling zou brengen. Pininfarina tekende de carrosserie, met een lage neus, ingesnoerde flanken en een compacte achterkant, en Scaglietti bouwde de panelen. De naam 246 staat voor de cilinderinhoud van 2,4 liter en het aantal cilinders.
Een Dino, geen Ferrari van naam
Opvallend is dat de auto niet als Ferrari werd verkocht: er verscheen geen Cavallino Rampante op de neus, en de naam Dino verwees naar Alfredino Ferrari, de zoon van Enzo die aan de vroege V6-ontwikkeling had bijgedragen. Die beslissing hield de Dino los van de emotionele lading van de twaalfcilinder-lijn, ook al bevestigde de latere reputatie van de auto dat het chassis en de motor niets tekortkwamen op techniek. Voor kopers destijds betekende dat een auto die technisch tot Ferrari's beste behoorde, maar formeel een eigen naam droeg.
MCG's aanpak: zink-gietwerk en een ononderbroken carrosserie
Massa en glans van het zinklegering
MCG voert deze Dino uit in zinklegering, en dat materiaal bepaalt meteen het gevoel in de hand: metaal geeft massa die resin niet haalt, en die massa vertaalt zich in een stabiel, vast gewicht op de plank. De lak zit op een hard metalen ondergrond, wat de glans dieper laat ogen dan op een lichter materiaal, en het rood houdt zijn helderheid over de volledige carrosserie. Dat soort gewicht is een herkenbaar kenmerk van diecast in dit segment, waar metaal de voorkeur krijgt boven een lichtere maar kwetsbaardere resin-uitvoering.
Vaste panelen, scherpe naadlijnen
Deze uitvoering heeft geen scharnierende delen: motorkap, portieren en kofferbak vormen samen één vast geheel. Dat is een keuze in de constructie, niet een gemiste functie, en het voordeel zit in de precisie van de lijnen. Zonder scharniertoleranties lopen de naadlijnen tussen portier en achterspatbord door als een ononderbroken groef in plaats van een kier met wisselende breedte. Langs de motorkaprand blijft de overgang naar het voorscherm strak en gelijk. MCG richt zich met dit soort modellen op het toegankelijke segment binnen 1:18 diecast, waar onderwerpen en kleurstellingen verschijnen die grotere licentiehouders vaak laten liggen, wat verklaart waarom naast het gebruikelijke rood ook een geel exemplaar in de catalogus staat.
Rood op een auto die geen Ferrari-badge droeg
Rood is de kleur die de meeste mensen automatisch met Ferrari associëren, en toch droeg de 246 GT destijds geen badge die dat verband bevestigde. Veel eerste eigenaren kozen juist daardoor voor iets anders dan rood: geel, blauw en zilver kwamen minstens zo vaak voor. Een rode Dino is dus niet minder authentiek, maar wel de keuze die het dichtst bij de klassieke Ferrari-esthetiek blijft, ondanks het ontbreken van het paard op de neus. In de vitrinekast werkt rood het sterkst onder warm licht: de kleur absorbeert minder blauw dan geel en oogt daardoor voller onder een gerichte lamp, wat de gebogen vormen van Pininfarina extra reliëf geeft. Op 1:18 komt de Dino 246 GT uit op ruim 23 centimeter lengte, compact genoeg voor een standaard vitrineplank naast andere klassieke Ferrari's uit dezelfde periode. Wie de gele uitvoering al in de kast heeft staan, ziet in het rood direct het contrast: dezelfde carrosserie, dezelfde lage neus en middenmotor-opstelling, maar een andere associatie met het merk. Naast elkaar vertellen de twee kleuren de dubbele identiteit van de Dino, badgeloos maar onmiskenbaar Ferrari qua techniek.
Een rode Dino in een Ferrari-chronologie
Deze rode Dino 246 GT sluit natuurlijk aan bij een chronologie van klassieke Ferrari-wegauto's, van de 250-serie tot de latere twaalfcilinder-modellen, ook al hoort de Dino qua badge strikt genomen niet bij die lijn. Juist dat spanningsveld maakt de auto interessant als verzamelstuk: technisch een Ferrari, formeel een Dino. Als instapmodel in zinklegering diecast biedt deze uitvoering een eerlijke prijs-kwaliteitverhouding, met een gesloten carrosserie, scherpe naadlijnen en een kleur die de klassieke verwachting van het merk invult. Voor wie kiest tussen deze rode en de gele uitvoering geldt geen kwaliteitsverschil, alleen een keuze in welk deel van het Dino-verhaal de kast benadrukt: de vertrouwde Ferrari-associatie, of de vrijere kleurkeuze die de afwezige badge destijds mogelijk maakte. Beide uitvoeringen delen dezelfde middenmotor-techniek en dezelfde Pininfarina-lijnen, wat ze tot een logisch paar maakt voor wie de Dino in meer dan één kleur wil tonen.















