Modelauto's jaren 60 zijn voor veel verzamelaars het meest verzamelbare decennium: de auto wordt sneller, lager en technisch volwassen, terwijl het design nog vol chroom, dunne raamstijlen en analoge charme zit. In dezelfde jaren zie je de sprong van frontmotor-GT's naar middenmotor-experimenten, van wire wheels naar bredere slicks, en van gentleman drivers naar fabrieksteams die Le Mans en de Formule 1 domineren. In deze categorie vind je 1960s schaalmodel auto's van straatklassiekers tot racewagens, in schaal 1:18, 1:43 en meer, uitgevoerd in diecast of resin. Perfect voor een vitrinekiller, maar ook sterk voor thematische reeksen zoals Ford vs Ferrari, Monte Carlo Rally of sixties supercars.
Modelauto's jaren 60: design, techniek en details
Wie echt geniet van sixties-modellen let op dingen die in latere decennia verdwijnen: chroomlijsten rondom ramen, smalle banden met hoge wang, spaakwielen met knock-offs, en interieurdetails zoals houtfineer dashboards en dunne, grote stuurwielen. Bij een goed schaalmodel kloppen de proporties en vooral de stance: jaren 60 auto's staan vaak lager en langgerekt, met wielen die precies in de wielkasten vallen. Let ook op ruitvorm (veel glasoppervlak), de juiste spiegels en ruitenwissers, en of de badges scherp zijn aangebracht. Zeker bij coupés als de Jaguar E-Type of Aston Martin DB5 maakt een correcte daklijn het verschil tussen speelgoedgevoel en een echt verzamelmodel.
Technisch is de jaren zestig een snelkookpan. In de sportwagens verschijnen schijfremmen, onafhankelijke wielophanging en steeds meer aerodynamische aandacht, terwijl raceauto's experimenteren met monocoques, grote luchtinlaten en later zelfs de eerste vleugels. Dat zie je terug in miniatuur: lamellen op een Lamborghini Miura, NACA-ducts op een prototype, of de fijne rolbeugel en gordels in een GT40. Resin modellen (hars) kunnen zulke scherpe randen en dunne stijlen vaak mooier weergeven, maar diecast heeft dan weer het prettige gewicht en soms opening features zoals deuren en motorkap. Voor verzamelaars is juist die mix van techniek en tastbaarheid de charme van jaren 60 schaalmodellen.
De jaren 60 zijn bovendien breed genoeg om meerdere subcollecties te bouwen. Denk aan Europese grand tourers (Ferrari 250/275, Maserati, Aston), Duitse sportwagens en sedans (Porsche 911, Mercedes-Benz Pagode, BMW's sportieve Neue Klasse), en Italiaanse nieuwkomers die het supercar-idee definiëren (Miura, Dino). Aan de andere kant van de oceaan ontstaan de grote namen van muscle en pony cars zoals de Ford Mustang en Chevrolet Camaro. Voor Nederlandse verzamelaars is er ook nostalgie: DAF's Variomatic-modellen uit de late sixties passen prachtig naast de internationale iconen. Door straat- en raceversies naast elkaar te zetten, zie je hoe dezelfde basisauto's in de jaren 60 letterlijk het circuit op worden gestuurd.
Le Mans, Formule 1 en rally: de sixties in competitie
Endurance en GT-racen
Wie jaren 60 raceauto modellen verzamelt, komt bijna vanzelf uit bij Le Mans. De strijd tussen Ford en Ferrari is legendarisch, met de GT40 als Amerikaanse hamer en Maranello's prototypes en GT's als elegante tegenstander. Daarnaast zijn er iconen als de Ferrari 330 P4, Porsche 906/908 en later de eerste 917's, plus klassiekers als de 250 LM die laat zien hoe dicht straat- en racewereld bij elkaar lagen. Goede replica's laten dit tijdperk zien in details: de juiste startnummers, pitlampen en luchtinlaten, maar ook subtiele kleurverschillen in Gulf-blauw, Rosso Corsa of British Racing Green. In 1:43 kun je een heel startveld bouwen; in 1:18 krijgt één winnaar de aandacht die hij verdient.
Bij endurance-verzamelen helpt het om vooraf te kiezen wat je wilt vertellen. Een Le Mans-winnaarsrij werkt sterk als je per jaar één auto pakt, terwijl een 1966 Ford vs Ferrari-opstelling juist draait om meerdere varianten, rijnummers en zelfs een ruigere racefinish-look. Let bij het vergelijken op de uitvoering: dezelfde GT40 kan verschillen in velgtype, neusopeningen of achterzijde, en dat bepaalt of een model historisch klopt. Fabrikanten als Spark zijn populair voor race-specificaties met scherpe aero-onderdelen in resin, terwijl premium merken zoals CMC of AUTOart soms meer mechanische finesse brengen in 1:18, met fijn gaas, gescheiden ruitenwissers en realistische wielophanging.
Formule 1 en Grand Prix
Ook de Formule 1 in de jaren zestig is een droom voor detailkijkers: lichte monocoques, open wielophanging en de overgang naar de high-wing era maken elk model visueel anders. Denk aan de Lotus 49 met de Cosworth DFV (vanaf 1967), de Brabhams die slim en compact zijn, of Ferrari's karaktervolle V12's en de beroemde sharknose-periode. Voor Nederlandse fans is het leuk dat Carel Godin de Beaufort in deze jaren met Porsche aan Grand Prix-races meedoet—een klein, maar tastbaar stukje vaderlandse autosportgeschiedenis. F1-modellen vragen om strakke tampoprint van sponsorlogo's, correcte banden en kwetsbare details zoals spiegels en uitlaten; hier zie je vaak het voordeel van netjes afgewerkte resin verzamelmodellen.
Rally en toerwagens
Rally- en toerwagenmodellen uit de sixties brengen een heel andere sfeer: extra verstralers, rallyplaten, mudflaps en soms zelfs een reservewiel of dakrek. De Mini Cooper S, Saab 96, Lancia Fulvia en Alpine A110 zijn niet alleen competitief geweest, maar ook visueel herkenbaar—perfect voor een themavitrine rond Monte Carlo of de Alpenetappes. In toerwagenland passen modellen als de Alfa Romeo Giulia Sprint GTA of Ford Cortina bij het tijdbeeld van licht en wendbaar in plaats van pure pk's. Let bij rally-uitvoeringen op recht gemonteerde verstralers en nette pasvorm van spatlapjes; juist die kleine onderdelen bepalen of een jaren 60 schaalmodel klopt.
Fabrikanten, diecast vs resin en kwaliteitsniveaus
Bij 1960s modellen is de materiaalkeuze vaak de eerste beslissing. Diecast voelt solide en geeft bij 1:18 vaak de meeste beleving: gewicht in de hand, soms werkende deuren, motorkap of kofferdeksel, en een interieur dat je echt kunt lezen. Resin is meestal sealed, maar levert vaak strakkere lijnen, dunnere raamstijlen en mooiere oppervlakken—handig bij auto's met veel chroomrandjes en complexe krommingen. Zeker bij racewagens met fijne aero-delen en open roosters kan resin scherper ogen, terwijl diecast in dezelfde prijsklasse soms compromissen maakt in dikte en panelgaps. Het beste hangt dus af van jouw doel: spelen met features, of maximale vormcorrectheid.
Voor een sterke prijs-kwaliteitverhouding kijken veel Nederlandse verzamelaars naar merken in het midden: Norev, Minichamps, Schuco en Solido zijn vaak goede basisbouwstenen voor een jaren 60 collectie. Norev heeft traditioneel veel Europese straatauto's (denk aan Franse iconen zoals Citroën DS of Renault 4 naast Duitse en Italiaanse modellen), Schuco is geliefd om Duitse klassiekers en degelijke afwerking, en Minichamps scoort vaak op herkenbare proporties en nette lak, zeker bij autosport-varianten. In dit segment krijg je meestal correcte vormen en mooie paint, maar verwacht soms iets grovere chromedetails of eenvoudiger interieurtextuur dan bij boutique merken. Voor wie breed wil verzamelen zonder alles premium te kopen, is dit vaak de sweet spot.
Wil je het museumgevoel van de sixties, dan lonen premium merken. CMC staat bekend om extreem fijne spaakwielen, werkende wielophanging en realistische materialen—perfect voor klassieke racers en GT's waar mechanische details zichtbaar zijn. AUTOart en Kyosho leveren vaak sterke 1:18 diecast modellen met opening features en scherpe pasvorm, ideaal als je motorkamers en kofferruimtes belangrijk vindt. Voor Italiaanse exotica, met name Ferrari, komen boutique-resinmakers zoals BBR, Tecnomodel of Make Up vaak in beeld: zij mikken op exacte vorm en lakdiepte, soms met limited editions. Voor Le Mans en F1 is Spark een vaste naam vanwege livery-nauwkeurigheid en variatie aan startnummers. Dit is het segment waar kleine uitvoeringverschillen en historiecorrecte details een groot deel van de waarde bepalen.
Ongeacht merk kun je een paar verzamelaarschecks toepassen wanneer je door de categorie bladert. Kijk eerst naar de stance: staat de auto te hoog, of zitten de wielen te ver naar binnen? Bij jaren 60 auto's vallen verkeerde velgdiameter of te dikke banden meteen op. Controleer daarna de afwerking van chroom en raamranden (geen doffe plekken of overpaint), en bij racewagens de scherpte van tampoprint en nummerborden. Interieur is vaak het verschil tussen goed en top: houten stuurwiel, correcte klokken, en gordels die niet als plastic strip ogen. Tot slot: let op varianten. Een E-Type met andere koplampafdekking of een GT40 met afwijkende achterzijde is niet fout, maar wel een andere uitvoering—en dat is precies waar sixties-verzamelen interessant wordt.
Verzamelstrategie voor jaren 60 schaalmodellen
De schaalkeuze bepaalt hoe je de jaren zestig beleeft. Wie zoekt op 'modelauto jaren 60 1:18' zoekt meestal een eyecatcher: op ongeveer 25 cm lengte zie je chroom, interieur en motordetails pas echt tot leven komen, vooral bij coupés en open sportwagens. Schaal 1:43 is daarentegen ideaal om historie te tonen: je kunt meerdere jaren Le Mans, een complete F1-seizoenslijn of een rij homologation specials kwijt zonder dat je vitrine uitpuilt. Schaal 1:64 werkt verrassend goed voor diorama's met pits, tankstations of rallyservice, maar vraagt wel om selectief kopen omdat detailniveau per merk sterk kan verschillen. Veel verzamelaars combineren schalen bewust: groot voor helden, klein voor context.
Een 1960s collectie wordt sterker als je een duidelijk thema kiest. Landen werken goed: Italiaans (Ferrari, Lamborghini, Alfa Romeo), Brits (Jaguar, Aston Martin, Mini), Duits (Porsche, Mercedes, BMW) of Amerikaans (Mustang, Camaro, Corvette). Je kunt ook op techniek verzamelen: de opkomst van middenmotor, vroege aerodynamica, of de eerste echte supercars. Autosportthema's zijn net zo dankbaar, van Ford vs Ferrari tot Monte Carlo Rally, met liveries die meteen sfeer geven. Voor Nederlandse verzamelaars is het leuk om een kleine thuisplank te maken met een DAF tussen de wereldiconen; dat maakt je vitrine persoonlijk zonder de internationale lijn te breken.
Mixen van straat- en raceauto's werkt in deze era bijzonder goed, omdat veel racemodellen direct herkenbare straatfamilie hebben. Zet bijvoorbeeld een Porsche 911 straatversie naast een rally-uitvoering, of combineer een Jaguar E-Type roadster met een E-Type racer; je ziet dan hoe subtiele wijzigingen (rolbeugel, tankdop, nummerbord) de functie veranderen. Houd het visueel rustig door per plank één schaal aan te houden, of door kleur te clusteren (Gulf, Ferrari-rood, British Racing Green). Zo voelt je verzameling curatoriaal in plaats van toevallig. Jaren 60 schaalmodellen lenen zich bij uitstek voor dit soort verhaal-op-de-plank.
Qua display zijn sixties-modellen vaak kwetsbaarder dan moderne supercars, simpelweg door dunne spiegels, ruitenwissers en chromedelen. Een gesloten vitrine scheelt stof op chroom en voorkomt dat kleine decals verkleuren door zonlicht. Let ook op ondergronden: sommige rubber banden of zachte plastics kunnen op termijn reageren met hout of schuim; een eenvoudige acrylstand voorkomt afdrukken. Resin modellen kun je meestal het beste bij de basis vastpakken, omdat losse aero- of verstralerdelen breekbaar zijn. Diecast met opening features vraagt weer om voorzichtig openen om scharnieren niet te forceren. Met een beetje discipline blijven je modelauto's jaren 60 jarenlang strak.
Tot slot: een slimme jaren 60 collectie bouw je vaak in lagen. Start met een paar kerniconen die je echt raken—een E-Type, 911, Miura, GT40 of een favoriete Le Mans-winnaar—en vul daarna aan met contextmodellen in 1:43 of een betaalbaarder segment. Zo blijft de prijs-kwaliteitverhouding logisch, zonder dat je op uitstraling inlevert. Gebruik filters op schaal, materiaal (diecast of resin) en merk om gericht te vergelijken, en kijk vooral naar uitvoeringen: dezelfde auto in een andere kleur, race of chassisvariant kan de hele plank veranderen. Blader door deze 1960s categorie en stel een sixties-collectie samen die zowel historisch klopt als persoonlijk voelt.